Masterclass over de pedagogiek van Reggio Emilia:
8 bijeenkomsten
Alle bijeenkomsten kunnen ook als losse workshops/studiedagen worden aangevraagd via: l.vandermeulen@speelwerk.net
Tijdens deze masterclass wordt je twee maanden lang ondergedompeld in de pedagogiek van Reggio Emilia. Je leert op een andere manier naar kinderen te kijken en te luisteren. Je leert hoe je de inspiratie uit de kinderen kunt halen. Inspiratie om de omgeving in te richten, activiteiten aan te bieden, om elke dag nieuwsgierig naar je werk te gaan. Nieuwsgierig naar wat er omgaat in de kinderen. Dankzij deze nieuwsgierigheid en inspiratie wordt je een betere leidster. Een die er helemaal is voor de kinderen en hun ouders. En dat is wat iedereen wil, Reggio dagverblijf of niet!
Deel 1: de theorie
Tijdens de eerste bijeenkomst verkennen we de theorie. Aan de hand van een kapstok krijg je houvast en vind je aanknopingspunten om de visie te vertalen naar de praktijk
Deel 2: de vertaalslag naar de ruimte
In deel twee gaan we praktisch aan de slag. Vanuit de Reggio inspiratie onderzoek we de cosequenties voor het inrichten van de ruimte. Wat hebben kinderen nodig om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Een bezoek aan de Buitenkans mag natuurlijk niet ontbreken in deze cursus. Daarom vindt deze bijeenkomst plaats op de Buitenkans, zodat je de visie in de praktijk kunt zien.
Deel 3: Ateliers
Tijdens deze bijeenkomst ga je aan de slag met (werkvormen van) de kunstenaar van de Buitenkans en leer je hoe je 100 talen in de praktijk kan brengen.
Deel 4: Observeren vanuit welbevinden en betrokkenheid
Vanzelfsprekend willen we graag kunnen meten dat kinderen in ontwikkeling zijn. Tijdens deze bijeenkomst maak je kennis met het kindvolgsysteem welbevinden en betrokkenheid en de gedachten erachter.
Deel 5: documenteren
Jonge kinderen leren door te spelen, daar zijn we het allemaal over eens. Maar… hoe breng je dit leren in beeld? Hoe weet je dat het kind heeft geleerd en, nog belangrijker, wat? In de workshop “documentatie maakt het luisteren zichtbaar” krijgt leer je de ontwikkeling het jonge kind op een andere manier te volgen, in kaart te brengen en te stimuleren. Een manier waarbij niet het product, maar het proces centraal staat. Onder documenteren verstaan we het vastleggen van wat er gebeurt door middel van foto’s, dia’s, tekst, tekeningen etc. Centraal uitgangspunt in deze manier van werken is de gedachte dat alles wat een kind maakt, doet, zegt, verzamelt… vertelt wie hij is.
Deze manier om kinderen te volgen komt voort uit de pedagogiek van Reggio Emilia. In deze pedagogiek streeft men ernaar het competente kind in beeld te brengen. Niet te kijken naar alles wat het kind nog niet kan en is, maar naar wat hij is en kan! Deze manier van kijken geeft kinderen het gevoel dat ze de moeite waard zijn. Het heeft oog voor de verschillen tussen kinderen en betrekt de kinderen op elkaar. Vaak slaat documentatie ook een brug naar ouders.
Deel 6: de rol van de begeleider onder de loep
Als kinderen zelf de wereld kunnen ontdekken, laten we ze dan hun gang maar gaan? Nee, zeker niet. In deze pedagogiek is de rol van de begeleidster cruciaal. Zij zorgt ervoor dat de omgeving wordt afgestemd op de kinderen, ze activeert, stelt de goede vragen.. Tijdens deze bijeenkomst verkennen we de rol van de begeleider aan de hand van praktijkvoorbeelden.
Deel 7: het kind als onderzoeker
“Op een ochtend vinden de kinderen een dood vogeltje op het plein. De kinderen vinden dit heel erg. Ze tillen het vogeltje op en nemen hem mee naar binnen. Eenmaal binnengekomen verdringen ze zich om de leidster. De grote vraag is: hoe kan het dat dit vogeltje dood is gegaan. De leidster kan natuurlijk antwoorden dat het vogeltje vast heel oud was, of ziek, maar dat deed ze niet. In plaats daarvan antwoordt ze dat ze het niet weet. Samen met de kinderen vormt ze een kring. In de kring wordt er druk gediscussieerd over het dode vogeltje. Een van de kinderen bedenkt dat het vogeltje zich misschien wel “doodverveeld” heeft, het is immers zo saai buiten. Alle kinderen kunnen zich in deze oplossing vinden. Dus moet er bedacht worden wat er dan leuk is voor vogeltjes. Van het een komt het ander. Met hulp van ouders wordt er van alles verzameld: teilen, trechters, vergieten een douchekop…. Wekenlang zijn de kinderen in groepjes druk in de weer. En zo ontstaat een heus pretpark voor de vogels. Eenmaal klaar volgt er een teleurstelling. De vogeltjes blijven weg. Na wederom een discussie in de kring komt een van de kinderen met het idee dat de vogeltjes misschien wel schrikken van de kinderen. Er moet een plekje komen waar de kinderen ongemerkt naar de vogeltjes kunnen kijken. En zo komt er, gebouwd door een van de ouders, een echt vogelkijkhuisje. In dit huisje vind je een echte verrekijker, een opschrijfboekje, een boek met allemaal foto’s van de meest exotische vogels…..
Dit project is wereldberoemd geworden door de reizende tentoonstelling van de kinderen van Reggio Emilia. Echter, dit project was nooit van de grond gekomen zonder de inbreng van de groepsleidster. Het mooie is dat die inbreng begint op het moment dat zij zegt niet te weten waarom het vogeltje dood is. Hiermee geeft ze aan dat ze de wereld nog niet ontdekt heeft, maar dat de kinderen dit zelf mogen doen. Als de kinderen eenmaal gegrepen zijn door dit probleem is zij degene die ze op weg helpt, door de vragen die ze stelt, door het bieden van materialen, het informeren van de ouders, het voorbereiden van de omgeving en, niet te vergeten, door vast te leggen waar de kinderen mee bezig zijn. Zij laat de kinderen niet los, maar laat hen ontdekken in een “voorbereide omgeving”.
Deel 8: De praktijk
We verkennen de praktijk vanuit jullie eigen ervaringen: hoe vertaal je deze pedagogiek naar de praktijk?